De kopzorgen van een triatleet (4)

De tekentafel is leeg, voor je ligt een leeg vel papier. In je hoofd, of misschien op het papier zelf al staat je doel, maar hoe daar goed aan te komen is nog onbekend. Het is m´n vak om sporters in deze situatie structuur te bieden, houvast te bieden en te zorgen dat zij kunnen genieten van het proces en het sporten. Nu is het mijn beurt. Makkelijker? Soms. Maar veel vaker niet dan wel. De beste stuurlui staan nog altijd aan wal, maar deze stuurman gaat nu zwemmen! Oh ja, en een stukje fietsen en rennen erbij.

Het is in veel opzichten verstandiger een coach in de arm te nemen op mijn route naar de Frysman, toch is de keuze bewust om de planning en trainingen zelf te blijven schrijven. Waarom? De situatie rondom de tumor in m’n hoofd is dermate wisselend en instabiel dat wekelijks, soms dagelijks grote aanpassingen nodig zijn. Hier wil en kan ik een ander niet mee belasten. Gelukkig kan ik met de andere coaches binnen Tri2one altijd sparren wanneer nodig, heel prettig om verschillende expertises in huis te hebben. Of ik het nu zelf ben of niet, of er kopzorgen zijn of niet, ik besluit mezelf te benaderen als ware het een triatleet met hulpvraag die aanklopt bij Tri2one Coaching. Confronterend, maar “gewoon ergens beginnen” kan echt niet.

Ik denk dat het april 2018 is als de spiegel op tafel komt en ik er goed voor ga zitten. De honger heeft weliswaar plaats gemaakt voor de vraatzucht, maar dat alleen zou een slechte drijfveer voor een gedegen trainingstraject zijn. Enkel die motivatie, zonder verdere onderbouwing of diepgang, zou ik van één van mijn atleten ook niet accepteren. Doorvragen en ontdekken waar de motivatie écht uit voort komt is het eerste wat ik moet ondergaan. Conclusie: mezelf bewijzen me mét beperkingen te kunnen voorbereiden op een hele triathlon.

Dolgraag stel ik als doel de finish te halen of een bepaalde klassering te bereiken, maar dat kan de doodsteek worden voor de lol in de sport. Dat heb ik namelijk niet in de hand en hoezeer ik me ook voorbereid, die externe factoren zal ik nooit in de hand hebben. Doelen liggen daarom voor mij allemaal in de voorbereiding, het maken van de juiste keuzes “op de weg naar” en alle vruchten plukken waar ik bij kan zonder te vallen op 6 juli 2019.

Dat doel is leuk, maar is het acceptabel? Is het acceptabel voor je omgeving, je werksituatie, je sociale leven, medische of lichamelijke beperkingen? Te vaak zie ik in mijn vak dat hier in het enthousiasme aan voorbij gegaan wordt bij het maken van plannen. Er is een doel, er volgt een schema of een plan en ergens kruist het plan zich met het acceptabele van jezelf of één van de andere factoren. Tackle dit vooraf! Ga met je gezin in gesprek, bespreek het op je werk, bedenk wat het je letterlijk en figuurlijk mag kosten en of dit opweegt tegen hetgeen het je oplevert. Sporten is leuk, maar voor alle niet-profs (en trouwens, ook de wél profs) mag dit niet op de eerste plaats staan.

Komt de conclusie dat het acceptabel is? Super. Maar is het ook reëel? Kán jouw lichaam dat of is er een grote kans dat je lijf dit aankan? Wat is je ervaring in deze of andere sporten? Is het ook echt reëel dat je jezelf voor een lange periode gemotiveerd kan houden?
in mijn geval kan ik op het laatste “ja” antwoorden. Alhoewel: weet dat m’n lichaam hiertoe in staat was eerder. Ik bezit echter niet over geweldig looptalent, heb bizarre platvoeten en liep dramatisch bij een poging in 2017 een OD deel te nemen zonder training. Ja, ook de trainert is weleens dom. Ik besluit daarom een half seizoen en kleine trainingsopbouw te testen in de zomer/nazomer 2018.

Kapot na een kwart in Emmeloord augustus 2018, na een tempo dat voorheen een trainingsloopje was
Voor de liefhebbers: van echt nagenoeg nul voorjaar 2018 tot enkele testraces. December 2018 was de “kick-off” richting de Frysman.

Dan het antwoord op “acceptabel”. Een paar kaders worden hierbij gesteld en ik krijg een vrijbrief met veel vrijheid van Petra om me hierop voor te bereiden. Aan iemand met een onstilbare vraatzucht in huis wil je natuurlijk niet worden blootgesteld, dus ik begrijp haar wel. Na een goed gesprek met m’n baas is ook dat in kannen en kruiken. Afsluitend het hoofd. Heel duidelijk is vanaf moment één: wanneer het sporten risico verhogend werkt breek ik het traject direct af, geen discussie.

Het doel zoals het nu geschetst is, het voortraject, kan ik nog niet akkoord gaan als coach en trainer. Het is te abstract. Op deze wijze kan je nooit beoordelen of iets is gelukt of niet, kan je niet beoordelen of de juiste keuzes zijn gemaakt of niet. Één laatste facet ontbreekt: maak het meetbaar en specifiek. Hiervoor zijn gelukkig prachtige tools voorhanden die iedere moderne coach zal gebruiken. In het geval van Tri2one is dit TrainingPeaks. Een mooi platform voor het verzamelen en analyseren van data, maar let wel, data is waardeloos bij een verkeerde interpretatie. Gevoel, trainingservaring, testen tezámen mét de onmisbare data brengen je tot de juiste beslissingen en de beste prestaties.
De laatste stap van mijn doelstellingen is daarom het koppelen van subdoelen aan meetbare data in de vorm van CTL waarden, wattages, looppaces, CSS testen, reacties op lichaam van voeding en vocht bij verschillende inspanningen etc. Je creëert op deze wijze direct leuke subdoelen voor jezelf wat motiverend werkt én ervoor zorgt dat je weet of (en hoe) er moet worden bijgestuurd door de stuurlui aan wal.
Ga je voor jezelf ooit een planning maken of ben je daarmee bezig? Neem dan een klein advies van me aan. Heel vaak worden er doelen gesteld in klassering of in tijd. Onthoud dat dit factoren zijn met veel externe invloeden. Jezelf achteraf afrekenen op externe invloeden terwijl de voorbereiding gedegen is geweest is niet fair 😉

Een heel verhaal, maar puur noodzakelijke randvoorwaarden om aan de tekentafel te gaan zitten. Een goed plan maak je vanaf het hoofddoel en werk je achterstevoren uit. De doelen, de subdoelen worden erin verwerkt en langzaam kom je tot een zeer specifiek en uitgewerkt geheel. Van week tot week, bijna van dag tot dag valt op deze wijze al te plannen wat er nodig gaat zijn om je doelen te bereiken.
Dat had je gedacht natuurlijk. Het is prachtig als houvast, prachtig als richtlijn, maar iedere sporter weet dat een plan nooit voor 100% verloopt als gepland. Waarschijnlijk niet eens voor 70%. Wat zeg ik? Het plan? Zelden verloopt een training voor de volledige 100% als gepland! Niet dynamische schema’s in Excel of standaard schema’s waarin je puur uitvoert wat er op papier staat heb ik dan ook nooit begrepen. Een gedegen plan en een goede training blijft altijd dynamisch en wanneer je het écht goed wilt doen, speelt iedere training in op je actuele fysieke situatie. Zei er iemand trainingen? Workouts? Dat is het állerlaatste dat in een goed plan wordt ingevuld en daarom bij voorkeur nooit ver vooruit.

Het plan hierboven is de basis van mijn periodisering. Echter, door het doen van de juiste inspanningstesten, het op de juiste wijze vergaren van trainingsdata kun je exact bijhouden hoe de actuele situatie zich verhoudt tot het oorspronkelijk plan. Zelden tot nooit lopen de lijnen gelijk, maar de gemiddelde lijnen zorgen ervoor dat ik bij mijn doelen kom. Soms wat meer, soms wat minder, soms wat hoger of soms wat lager in intensiteit, maar de eindbestemming is binnen handbereik. Voor de niet-triatleten zal ik de theorie achterwege laten, maar de blauwe lijn mag je simpelweg even als de “fitheid” beschouwen. Om met de woorden van de stuurlui te spreken liggen we goed op koers, al hebben we soms moeten laveren. Serieus moeten laveren…

“Papa, ben je boos op mij? Waarom wil je niet met mij praten?”
Ik heb een vol bord eten voor me, Karsten en Petra hebben het bord bijna leeg en ik moet huilen. Antwoord geven kan ik niet, dus Petra doet dat. “Papa heeft wat last van zijn hoofd Karsten, papa kan even niet praten maar hij hoort je wel”.
Ineens was het mis. Zaterdag 9 februari. Waarom weet ik dat zo nauwkeurig? Op zaterdag heb ik altijd een volledige dag met Karsten, Petra is dan aan het werk. In de ochtend bij het ontbijt neem ik een hap en uit het niets krijg ik een bizarre aanval. Ik weet niet waar ik het zoeken moet van de pijn in m’n hoofd, m’n oor, m’n kaak. Ik schreeuw, Kars schreeuwt en het hele feest is compleet. Dit maal dermate heftig dat de ene na de andere pijnscheut elkaar opvolgt en ik na een half uur niet kunnen praten, een huilend kind, een huilende ik, niets beter meer weet dan m’n ouders in paniek te bellen om Kars op te halen. Het vreselijkste vond ik dat hij z’n vader zo moest zien en dat dit zo’n impact op hem had. Ik was nagenoeg twee jaar vrij geweest van deze ernstige aanvallen, maar tot op heden hield dit enkele dagen tot twee weken aan. Daar hield ik me aan vast. Wat ik toen niet wist, is dat dit maanden aan zou houden en mogelijk niet meer verdwijnt.

Complete dagen heb ik niet kunnen praten, niet kunnen eten en niet tot nauwelijks kunnen drinken. Mensen die me kennen weten dat ik niet uitblink in vetreserves. Wel lukte het me in die twee weken 6 kilo af te vallen. Verdorie in één klap op m’n racegewicht! Gekscherend zeggen sporters weleens dat ze het eten sneller verbranden dan het kunnen eten; ik was nu het levende bewijs. Een bakje yoghurt kon een uur in beslag nemen, maar vaak zette ik het voor het zien van de bodem al opzij.
Deze periode was een hel, al deed ik het beter voor dan het was voor de buitenwereld. Echter, wanneer de telefoon ging kon ik hem niet opnemen. Als iemand buiten naar de weg vraagt kan je niets zeggen. Je zoontje denk dat je boos bent. Het leverde keer op keer onmogelijke situaties op.

Deze periode zorgde er wel voor om erover te gaan schrijven, doen wat ik nu doe. In die zin bracht het ook iets goeds. Na drie weken van aanhoudende aanvallen zat er niets anders op dan de neurochirurg raadplegen: tijdens de aanvallen smeekte ik om me maar te opereren. Het lijntje met de neurochirurg is kort en nog dezelfde week zaten we in het AMC. We, want Petra was mee als tolk. Een nieuwe scan werd ingepland, maar ook werden de risico’s van een operatie opnieuw benadrukt. De call lag bij mij, binnen twee á drie weken mag ik. Als ik durf. Mij werd op het hart gedrukt het úiterste te ondernemen om dit voorlopig uit te stellen: experimenteren met medicatie die tegen epilepsie worden voorgeschreven. Wel met alle bijwerkingen van dien, waaronder, in de startdosering, niet mogen autorijden en het gevoel hebben 24/7 zwaar dronken te zijn. Dit zonder te weten of het werkt. Oh, had ik al gezegd dat ik een hekel heb aan medicijnen? Niet? Nou, ik heb al een bloedhekel aan een paracetamol. Denk je in hoe ik hier tegenover stond. De chirurg kon me niet overtuigen, Petra kon me nog niet overtuigen, maar toen kwam ik thuis. Thuis zag ik Karsten en realiseerde ik me: hoe ga ik dan ooit uitleggen dat ik dit niet heb geprobeerd? Dus doen.

M’n zaterdagen met Karsten waren niet zo geweldig. Want ja, wat ga je doen als je niet kan praten en hij niets anders doet dan dat? Wel is het bijzonder om te zien dat zo’n mannetje zich hierin aanpast en tegen bijvoorbeeld de kapper zegt: “papa heeft even last van zijn hoofd en kan niet praten”.
Deze periode schrikt een paar mensen af die niet het vermogen hebben hiermee om te gaan, maar nog veel meer hulp dient zich aan. Soms uit een verre hoek. Ik kan onmogelijk iedereen bedanken, maar ik was aardig ontroerd van een triatleet die ik al jaren begeleidt, Coach Stegeman. Op een zaterdag reed hij vanuit Den Haag naar Lelystad om met mij en Karsten naar het pannenkoekenhuis en speeltuin te gaan. Kars kon met hem alles doen die dag waar ik al even niet toe in staat was, maar was wel lekker met hem op pad. Gouden dag voor hem en mij.

Trainen in deze periode was, zeker voor de outsider, raar. Maar sporten of niet sporten, voor de aanvallen maakte het niet uit. Het sporten haalde ik voldoening uit en ik hield me voor dat ik van de pijn kon vergaan op de fiets tijdens iets wat ik met plezier doe, of sikkeneurig op de bank met de gordijnen dicht. De trainingen veilig houden, voeding & drinken waren de grootste uitdaging. Slikken wekte hoe dan ook een aanval op, dat wist ik vooraf. Per slik moest er dus zoveel mogelijk energie en vocht in. De trainingen gebeurden voor de veiligheid voornamelijk indoor en áls ik probeerde om te zwemmen stond er iemand naast voor de zekerheid. Even tussen ons: weet je hoe verdomd veel je moet slikken in het dagelijks leven? Dat is echt ongekend! En het zure was, de aanvallen wekken de speekselaanmaak aardig op, waardoor je… juist, weer moet slikken of besluit te kwijlen.

Beloof me niet te lachen, maar ik zat dus op zolder, met m’n shakes en vloeibare voeding, een bakje voor het kwijlen zoals bij de tandarts. Soms maakte ik oerkreten van een aanval en hoopte maar dat er geen politie-inval zou plaatsvinden. Triatleten zijn gek. Of ik ben gek. You name it.
Bijzondere situaties en ook relativerende situaties levert het in die periode ook op. Op een betere dag besluit ik naar de Veluwe te fietsen voor een mooie ronde door de natuur. Warm is het niet, een graad of 8 maar droog. Op de terugweg passeer ik na 3 uurtjes trappen Harderwijk en rijd de polder in voor de laatste 45 minuten naar huis. Verdorie, lek. 3 km voorbij Harderwijk. Wél een reserveband mee, maar nét even niet je patroon meegenomen. Petra aan het werk, besluit andere mensen niet te bellen en loop op de sokken terug naar Harderwijk. Koude voetjes op zeker, maar dan leer ik het misschien af nietwaar? Ik heb alleen een pomp of patroon nodig, maar door de week in de winter kom je middenin Flevoland niet zoveel wielrenners tegen…
bij het eerste huis in Harderwijk bel ik aan, een nieuwbouwwijk tegen het Dolfinarium aan. Een mij wat raar aankijkende mevrouw doet open en mompelt iets wat ik niet kan verstaan. Ik wil wat zeggen maar voel direct dat dit niet gaat. Ik probeer met halve tranen in m’n ogen met handgebaren duidelijk te maken wat er loos is. Hetzelfde gebeurt tegenover me. Wordt dit gefilmd? Is dit een grap? Als het ging had ik het hardop gedacht. Ik probeer wat te zeggen maar realiseer me dat ik onverstaanbaar ben. Er gaan op deze manier zomaar twee minuten voorbij. Menigeen had vast de deur dichtgedaan met zo’n idioot als ik voor de deur, met die kou. Maar zij niet. Haar man kwam aanlopen en vertelde mij de situatie. Zij bleek eerder een beroerte te hebben gehad… beetje bij beetje kon ik kenbaar maken wat ik wilde. Hij kon me nog helpen ook. IJskoud terugfietsend naar Lelystad gingen er veel gedachten door me heen. Bovenal vond ik dit grappig. Kan er niets aan doen, maar ik kon de humor er wel van inzien. Maar ook bedacht ik me: Jemig Hylke, ik heb soms deze aanvallen en dit probleem. Er zijn mensen die dit continu en voor altijd zullen ondergaan zonder kansen en zicht op verbetering. Ik heb die kansen wel. Pluk de dag, leef en leef je dromen.

Gek genoeg heeft deze dag een behoorlijke boost te gegeven aan m’n drive om het traject naar de Frysman voort te zetten. Ja, het had een impact op de voorbereiding en ik realiseerde me dat ik in deze staat no way aan de start zou verschijnen, maar zolang de kans bestaat dat dit wél het geval is bijt ik me nog vast. Het is pas februari en de weg naar het Reaklif is nog lang.

We’ll meet again